Cursusgebondenheid
AlgemeenEigenvaardigheidsdiploma's (NWD-A/B/C) zijn cursusgebonden: ze kennen geen onderlinge vrijstellingen. Een vrijstelling geldt alleen voor PvB-kerntaken binnen dezelfde instructiegroep, niet voor eigenvaardigheid.
Veiligheid, kwaliteit & plezier op het water.
Antwoorden op veelgestelde vragen over de instructeurslijn
De onderstaande begrippen komen veel voor op de diplomalijn.
Eigenvaardigheidsdiploma's (NWD-A/B/C) zijn cursusgebonden: ze kennen geen onderlinge vrijstellingen. Een vrijstelling geldt alleen voor PvB-kerntaken binnen dezelfde instructiegroep, niet voor eigenvaardigheid.
Het persoonlijke vaardigheidsniveau van een instructeur in de discipline. Voor I2, I3 en I4 geldt respectievelijk NWD-A, NWD-B en NWD-C. Vastgesteld via eigenvaardigheidsexamens of (voor NWD-C) door twee Instructeurs 5.
Nieuwe kans om een niet-gehaald PvB-onderdeel opnieuw af te leggen, volgens dezelfde procedure als de oorspronkelijke PvB. Maximaal twee herkansingen per PvB-onderdeel, dus drie kansen in totaal, binnen een jaar na de eerste aanvraag.
Cluster van cursussen met dezelfde methodisch-didactische context: Afstandsinstructie, Aan boord instructie of Getijdenwater. Vrijstellingen gelden binnen dezelfde instructiegroep.
Een hoofdactiviteit binnen een kwalificatieprofiel, zoals "Geven van lessen" of "Afnemen van vaardigheidstoetsen". Elke kerntaak wordt in een PvB getoetst.
Landelijk raamwerk van NOC*NSF dat de eisen, competenties en toetsing van sport-kaderopleidingen vastlegt. Elke sportbond werkt dit uit naar kwalificatieprofielen, voor watersport doet het Watersportverbond dat.
Wettelijk vaarbewijs voor het besturen van motorvaartuigen. Aanvullende eis voor Instructeur 4, los van de eigenvaardigheid.
Formele beschrijving van een rol (bijv. Instructeur 3) binnen de KSS. Bevat kerntaken, werkprocessen en beoordelingscriteria die vastleggen wat iemand moet kunnen.
Rol die kandidaten binnen de eigen opleidingslocatie begeleidt en coacht. Werkt samen met de PvB-beoordelaar volgens het vier-ogen-principe. Niveau 4 = opleider I1–I3, niveau 5 = eindverantwoordelijk voor opleidingen.
Nationaal Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie. Koepel waar alle sportbonden bij zijn aangesloten, licenserende instantie voor de KSS.
Basisniveau eigenvaardigheid. Vereist voor Instructeur 2. Behaald via het NWD-A-eigenvaardigheidsexamen.
Gevorderd niveau eigenvaardigheid. Vereist voor Instructeur 3. Behaald via het NWD-B-eigenvaardigheidsexamen.
Hoogste niveau eigenvaardigheid. Vereist voor Instructeur 4. Wordt vastgesteld door twee Instructeurs 5 en kent geen vaste examenvorm.
Schriftelijk bewijsstuk waarin een kandidaat aantoont hoe hij werkprocessen heeft uitgevoerd. Ingediend vooraf, beoordeeld door een PvB-beoordelaar met een leercoach.
Live observatie van een kandidaat die de werkprocessen uitvoert (typisch een les). De beoordelaar kijkt mee en toetst aan de beoordelingscriteria.
De examenvorm van de KSS. Een kandidaat toont per kerntaak aan dat hij de werkprocessen beheerst, via portfoliobeoordeling en/of praktijkbeoordeling. Afgenomen volgens het vier-ogen-principe (beoordelaar + leercoach).
Rol die PvB's afneemt. B4 beoordeelt binnen de eigen opleidingslocatie (niveaus 1–3). B5 is een externe beoordelaar voor PvB's op niveau 4 (I4, L4, B4); niveau 5 wordt afgerond onder direct toezicht van de opleidingskundige van het Watersportverbond.
Beoordelingsprincipe waarbij een PvB pas is afgerond als zowel de PvB-beoordelaar als de leercoach het goedgekeurd hebben. Voorkomt eenzijdige besluiten.
Regeling waarbij eerder behaalde werkprocessen of kerntaken niet opnieuw hoeven te worden getoetst wanneer een kandidaat uitbreidt naar een andere cursus binnen dezelfde instructiegroep.
De zeilopleiding van het Watersportverbond zelf. Gebruikt dezelfde diplomalijn als het NWD, ontstaan uit de samenwerkingsovereenkomst tussen het Watersportverbond en het NWD eind 2025.
Koninklijk Nederlands Watersportverbond. Licentiehouder van de KSS-kaderopleidingen voor de watersport en delegator van opleidingen en PvB-afnames aan erkende opleidingslocaties.
Onderdeel van een kerntaak dat een concrete werkzaamheid beschrijft, met een meetbaar resultaat (bijv. "Werkproces 3.1.3 Voert lessen uit" → "De les is gedifferentieerd").