Instructeur 3 (I3)
Zelfstandig instructeur
Instructeur 3
Zelfstandig instructeur
Een Instructeur 3 verzorgt zelfstandig op een veilige en didactisch verantwoorde manier leuke en leerzame lessen voor zowel beginnende als gevorderde cursisten. Daarnaast behoort het aansturen/begeleiden van Instructeurs 2 en het afnemen van vaardigheidstoetsen en het aftekenen van diploma's tot de kerntaken. Ook is de Instructeur 3 bevoegd het NWD-A van de Instructeur 2 te toetsen.
Instapeisen
- Minimumleeftijd van 17 jaar
- Zwemdiploma C
Eigenvaardigheid
NWD B in de desbetreffende discipline.
Proeven van Bekwaamheid (PvB)
- 3.1
Geven van lessen
Praktijk- en Portfoliobeoordeling
- 3.4
Aansturen sportkader
Portfoliobeoordeling
- 3.5
Afnemen van vaardigheidstoetsen
Portfoliobeoordeling
Bevoegdheden
- Zelfstandig lesgeven aan beginnende en gevorderde cursisten
- Aansturen en begeleiden van Instructeurs 2
- Afnemen van vaardigheidstoetsen
- Aftekenen van diploma's
- Examineren van NWD-A
De portfoliobeoordelingen van 3.1, 3.4 en 3.5 worden in combinatie afgenomen — je levert één portfolio aan met de uitgewerkte opdrachten voor alle drie. Op basis daarvan bepaalt de beoordelaar of de praktijkbeoordeling voor 3.1 (Geven van lessen) kan worden afgenomen.
Competentieprofiel
De kerntaken, werkprocessen en beoordelingscriteria hieronder komen direct uit het officiële KSS-kwalificatieprofiel. Klik een werkproces aan om de beoordelingscriteria te bekijken.
Kwalificatieprofiel Instructeur 3
3 kerntaaken · 16 werkprocessen · 77 beoordelingscriteria
PvB 3.1 - Geven van lessen
Portfoliobeoordeling
Schriftelijk bewijs, vooraf ingediend en beoordeeld.
Praktijkbeoordeling
Live observatie tijdens een les of activiteit.
Werkproces 3.1.1 Begeleidt en informeert sporters/ouders
Resultaat
De begeleiding is afgestemd op de cursisten, de cursisten worden geïnformeerd, betrokken en positief gestimuleerd en gemotiveerd.
PortfolioPraktijk6 beoordelingscriteria
Werkproces 3.1.1 Begeleidt en informeert sporters/ouders
Resultaat
De begeleiding is afgestemd op de cursisten, de cursisten worden geïnformeerd, betrokken en positief gestimuleerd en gemotiveerd.
- 1
Stemt omgangsvormen en taalgebruik af op de cursisten.
Past taalgebruik en omgangsvorm aan naar niveau, leeftijd en belevingswereld van de cursisten.
- 2
Motiveert, stimuleert en enthousiasmeert de cursisten.
Stelt zich stimulerend, positief en open op tegenover individu en groep. Houdt goed contact met alle cursisten.
- 3
Bewaakt waarden en stelt normen.
Hanteert de gangbare normen en waarden die binnen de groep gelden. Spreekt sporters aan op ongewenst gedrag.
- 4
Stimuleert sportief en respectvol gedrag.
Stimuleert dat cursisten sportief en respectvol met elkaar omgaan en dat hierbij rekening wordt gehouden met de geldende normen en waarden.
- 5
Informeert en adviseert cursisten over materiaal, voeding en hygiëne.
Kan adviseren over aanschaf en onderhoud van een board/boot en de verschillende beschikbare materialen. Geeft aan wat de invloed van (weers)omstandigheden zijn op het materiaal en hoe hiermee omgegaan dient te worden. Geeft basisvoorlichting over eten en drinken en gebruikelijke hygiënische maatregelen rondom het sporten.
- 6
Besteedt aandacht aan het voorkomen van overbelasting bij de cursisten.
Maakt de cursist bewust van de risico’s die kunnen ontstaan tijdens de sportbeoefening. Wijst de cursisten op een correcte instelling/trim en zorgt voor een correcte technische uitvoering in relatie tot de belastbaarheid van het bewegingsapparaat om blessures te voorkomen. Bewaakt de randvoorwaarden die de veiligheid moeten waarborgen.
Werkproces 3.1.2 Bereidt lessen voor
Resultaat
De lesplanning is consistent uitgewerkt en draagt bij aan het realiseren van doelen op de langere termijn.
Portfolio8 beoordelingscriteria
Werkproces 3.1.2 Bereidt lessen voor
Resultaat
De lesplanning is consistent uitgewerkt en draagt bij aan het realiseren van doelen op de langere termijn.
- 1
Stelt een globaal (chrono)logisch lesprogramma op.
Stelt een lessenreeks op gericht op een eindniveau (diploma), geeft aan en motiveert welke stappen en bijbehorende subdoelen er gepland waren en welke concrete lesonderwerpen en bijbehorende (globale) oefenstof aan de orde komen.
- 2
Analyseert als voorbereiding op een les de beginsituatie van de cursisten, de sportomgeving en de eigen kwaliteiten als instructeur.
Analyseert en omschrijft: lesperiode, vaarwater, accommodatie, eventueel beschikbare boards/boten, beschikbare boeiensets (diepte water), hulpmiddelen, lesgroep (aantal, leeftijd, niveau). De rol, taken, acties en resultaten van het handelen van de instructeur moeten duidelijk zijn.
- 3
Stemt de lesvoorbereiding af op het lesprogramma.
De uitgewerkte lessen passen binnen het opgestelde lesprogramma en dragen bij aan het beoogde doel. Heeft het voorbereidingsformulier op juiste wijze en naar gebleken behoefte ingevuld en maakt daar efficiënt gebruik van. Zodat dit bijdraagt aan het overzichtelijk en duidelijk houden van lessen en doelen.
- 4
Stemt de lesinhoud af op de beginsituatie.
Omschrijft duidelijk wat het vastgestelde beginniveau van de lesgroep en de individuele deelnemers is en hoe de planning, rekening houdend met de omstandigheden en de eigen kwaliteiten als instructeur, daarop gebaseerd is.
- 5
Formuleert de concrete doelstellingen voor een les.
Formuleert een duidelijke, concrete, afgebakende en meetbare doelstellingen voor de les.
- 6
Kiest voor een verantwoorde opbouw van de les.
Houdt zich aan een logische structuur in de opbouw van lessen en creëert zo een setting waarin de cursist de meeste kans heeft om stapsgewijs te leren en zich verder te ontwikkelen.
- 7
Houdt rekening met persoonlijke verwachtingen en motieven van cursisten.
Houdt rekening met het niveau van de cursisten en eventuele (individuele) bijzonderheden en/of wensen.
- 8
Verwerkt evaluaties in de lesvoorbereiding.
Heeft het lesvoorbereidingsformulier op juiste wijze en naar gebleken behoefte ingevuld. Maakt efficiënt gebruik van het lesvoorbereidingsformulier, zodat dit bijdraagt aan het overzichtelijk en duidelijk houden van lessen en doelen. Past de lesvoorbereiding aan indien eerdere lessen daar aanleiding toe geven. Dit kan zijn op basis van eigen waarneming en analyse of op aangeven van de cursisten/begeleider.
Werkproces 3.1.3 Voert lessen uit
Resultaat
De les is gedifferentieerd. Er wordt rekening gehouden met (niveau)verschillen tussen sporters. De sporters leren tijdens de les.
Praktijk14 beoordelingscriteria
Werkproces 3.1.3 Voert lessen uit
Resultaat
De les is gedifferentieerd. Er wordt rekening gehouden met (niveau)verschillen tussen sporters. De sporters leren tijdens de les.
- 1
Maakt zichzelf verstaanbaar.
Spreekt duidelijk en verstaanbaar in een tempo dat aansluit bij het niveau van de groep. Houdt goed contact met de cursisten op het water. Houdt de totaliteit van de voorbespreking helder, logisch, gestructureerd en overzichtelijk.
- 2
Informeert en betrekt de cursisten bij het verloop van de les.
Maakt afspraken met zowel cursisten als ouders/derden (wanneer van toepassing) over bijvoorbeeld eindtijden en pauzes. Geeft aan wat er van de cursisten verwacht wordt tijdens de les. Legt de cursisten het lesprogramma uit, geeft aan wanneer er van afgeweken wordt en vraagt feedback aan de cursisten hoe de les ervaren wordt en past de les zo nodig aan.
- 3
Stemt de lesinhoud af op de mogelijkheden van de cursisten.
Controleert hoe ver de cursisten werkelijk zijn en of de oefenstof op het juiste niveau wordt aangeboden. Geeft juiste oefenstof op het juiste moment. Brengt indien nodig niveauverschillen in oefenstof en oefeningen aan.
- 4
Stemt de lesinhoud af op de omstandigheden.
Wijkt indien nodig af van voorgenomen oefenstof als de omstandigheden daar om vragen.
- 5
Organiseert de uitvoering van een les efficiënt.
Zorgt dat materiaal, hulpmateriaal, leerlingen etc. op de afgesproken tijd op de juiste plaats zijn in een voor de voorbespreking handige en werkbare opstelling. Draagt zorg voor een duidelijke en vloeiende organisatie op het water zonder daar nog veel aan te hoeven bijsturen en zodoende de handen vrij te hebben voor analyses en feedback. Verdeelt de beschikbare tijd juist over de verschillende oefeningen.
- 6
Leert en verbetert de techniek van cursisten.
Merkt de juiste oorzaak van fouten op en werkt deze weg.
- 7
Benadert cursisten op positieve wijze.
Geeft op een positieve opbouwende manier les en geeft de cursisten de ruimte om vragen te stellen.
- 8
Houdt de aandacht van de sporters cursisten vast.
Houdt goed contact met alle cursisten en merkt op hoe de groep reageert. Vat regelmatig de behandelde stof samen.
- 9
Doet oefeningen op correcte wijze voor of maakt gebruik van een goed voorbeeld.
Legt kort, duidelijk, inhoudelijk juist en op het juiste niveau de te oefenen techniek uit. Legt duidelijk, logische, overzichtelijk en in het juiste tempo de oefeningen uit. Tekent duidelijk, netjes, in goede verhouding, vanuit het juiste perspectief en aangepast aan het niveau.
- 10
Geeft feedback en aanwijzingen aan sporters op basis van een analyse van de uitvoering.
Geeft juiste aanwijzingen op het goede moment, op de goede plaats en op de juiste wijze. Geeft in de nabespreking de juiste aanwijzingen die gelden voor de gehele groep en geeft iedere cursist aanwijzingen en complimenten.
- 11
Spreekt cursisten aan op (sport)gedrag.
Hanteert de afgesproken gedragsregels in de les en houd zich aan de afgesproken gevolgen. Grijpt in als een cursist zich niet aan de afspraken houdt, het verloop van de activiteit frustreert of zich anderszins ongewenst gedraagt en hanteert daarbij de gangbare normen en waarden. Zorgt voor een goede sfeer binnen de groep cursisten.
- 12
Zorgt dat cursisten zich aan de (spel)regels houden.
Hanteert de afgesproken (spel)regels in de les en houd zich aan de afgesproken gevolgen van regelovertredingen.
- 13
Treedt op bij onveilige sportsituaties.
Houdt goed rekening met de veiligheid tijdens de gehele les. Indien van toepassing: kiest steeds met de volgboot de meest optimale plaats, manoeuvreert op juiste wijze en op een veilige manier met de volgboot.
- 14
Bewaakt (en ziet toe op) veiligheid en handelt in geval van een noodsituatie (ongeluk).
Houdt de veiligheid van alle betrokkenen bij de les in de gaten en grijpt voortijdig in. Indien van toepassing: kiest steeds met de volgboot de meest optimale plaats, manoeuvreert op juiste wijze en op een veilige manier met de volgboot. Neemt adequate maatregelen en/of schakelt hulp in in geval van een noodsituatie/ongeluk.
Werkproces 3.1.4 Evalueert lessen
Resultaat
De les is geëvalueerd.
PortfolioPraktijk3 beoordelingscriteria
Werkproces 3.1.4 Evalueert lessen
Resultaat
De les is geëvalueerd.
- 1
Beschrijft de evaluatiemethoden en -momenten voor de les.
Analyseert en onderbouwd in hoeverre het vooraf gestelde eindresultaat, -niveau of -doel is bereikt door de lesgroep en de individuele deelnemers. Stelt vast welke (niet beoogde) nevendoelen zijn bereikt. Stelt de oorzaken van het niet (geheel) halen van de doelstelling vast en trekt conclusies ter verbetering van deze lessenreeks.
- 2
Registreert de ontwikkeling van de sporters.
Houdt de vorderingen van de cursisten in relatie tot de gestelde doelen nauwkeurig bij nauwkeurig bij en registreert deze in de daarvoor bestemde (centrale) systemen.
- 3
Evalueert het proces en resultaat van de les.
Benoemt goede- en verbeterpunten van de les zowel op proces als het resultaat van de les. Al dan niet met de cursisten.
Houding en gedrag
Resultaat
Waarden en normen worden gerespecteerd en er wordt sportief en respectvol gedrag vertoond.
Praktijk5 beoordelingscriteria
Houding en gedrag
Resultaat
Waarden en normen worden gerespecteerd en er wordt sportief en respectvol gedrag vertoond.
- 1
Gaat correct om met alle betrokkenen.
Gebruikt omgangsvormen en gedrag standaarden die passen bij de betrokkenen. Behandelt iedereen gelijk en trekt niemand voor. Zorgt voor eenheid binnen de groep cursisten.
- 2
Maakt afspraken met de cursisten en hun ouders/verzorgers en komt ze na.
Maakt reële afspraken met zowel cursisten als ouders/verzorgers (wanneer van toepassing) over bijvoorbeeld eindtijden en pauzes en komt deze na.
- 3
Houdt zich aan de beroepscode.
Kent de gedragscode voor trainers/coaches en begeleiders van Centrum Veilige Sport Nederland, houdt zich daaraan en creëert voor de cursisten een zo veilig mogelijke omgeving waar iedereen zichzelf mag zijn, op zijn of haar eigen niveau.
- 4
Staat model voor correct gedrag op en rond sport- en/of opleidingslocatie.
Is zich ervan bewust vertegenwoordiger te zijn van opleidingslocatie en de georganiseerde sport en levert de daarbij behorende kwaliteit. Is zich tevens bewust van de voorbeeldfunctie en gedraagt zich daar naar.
- 5
Gaat vertrouwelijk om met persoonlijke informatie.
Is zich bewust van zijn vertrouwenspositie. Verstrekt persoonlijke informatie van cursisten alleen met toestemming aan derden.
Zelfreflectie en -ontwikkeling
Resultaat
De zelfreflectie leidt tot inzicht in de eigen bekwaamheden en ontwikkelpunten bij het geven van lessen.
PortfolioPraktijk3 beoordelingscriteria
Zelfreflectie en -ontwikkeling
Resultaat
De zelfreflectie leidt tot inzicht in de eigen bekwaamheden en ontwikkelpunten bij het geven van lessen.
- 1
Reflecteert op het eigen handelen.
Is kritisch en reflecterend ten aanzien van eigen handelen en omschrijft de eigen bekwaamheden en ontwikkelpunten. Stelt zo nodig een plan op ter verbetering en is zodoende in staat aan te geven waar progressie kan worden behaald.
- 2
Vraagt feedback.
Vraagt van cursisten, begeleiders, collegae, etc. feedback op het eigen handelen.
- 3
Bepaalt en verwoordt eigen leerbehoefte.
Omschrijft uit eigen reflectie en feedback leerdoelen voor zichzelf en past deze toe in een persoonlijk ontwikkelingsplan. Geeft aan waar het meeste te leren is en hoe hier best invulling aan geven kan worden.
PvB 3.4 - Aansturen van assisterend sportkader
Portfoliobeoordeling
Schriftelijk bewijs, vooraf ingediend en beoordeeld.
Werkproces 3.4.1 Begeleidt assisterend sportkader
Resultaat
Het assisterend sportkader is geïnformeerd en gemotiveerd.
Portfolio5 beoordelingscriteria
Werkproces 3.4.1 Begeleidt assisterend sportkader
Resultaat
Het assisterend sportkader is geïnformeerd en gemotiveerd.
- 1
Motiveert, enthousiasmeert en stimuleert het assisterend sportkader.
Stelt zich stimulerend, positief en open op tegenover het sportkader. Stelt het sportkader op zijn gemak. Straalt enthousiasme uit en creëert een omgeving waarin het veilig is voor het sportkader om fouten te maken en te kunnen leren.
- 2
Houdt toezicht op wijze van begeleiden van cursisten/sporters door het assisterend sportkader.
Bekijkt of het sportkader correct met de groep cursisten/sporters omgaat, zich aan de gedrag/beroepscode houdt en of het sportkader de cursisten op een positieve en stimulerende manier begeleidt. Blijft betrokken en houdt zich op de hoogte van de activiteiten van het sportkader en ondersteunt of stuurt bij waar dit noodzakelijk is.
- 3
Past omgangsvormen en taalgebruik aan op het assisterend sportkader.
Past taalgebruik en omgangsvorm aan aan niveau, leeftijd en belevingswereld van het sportkader.
- 4
Besteedt aandacht aan het voorkomen van overbelasting bij cursisten/sporters.
Maakt het sportkader bewust van de risico’s die kunnen ontstaan tijdens de sportbeoefening. Wijst het sportkader op een correcte instelling/trim en zorgt voor een correcte technische uitvoering in relatie tot de belastbaarheid van het bewegingsapparaat om blessures te voorkomen.
- 5
Bewaakt (en ziet toe op) veiligheid en handelt in geval van een noodsituatie.
Houdt de veiligheid van alle betrokkenen bij de les/training in de gaten en grijpt voortijdig in. Indien van toepassing: kiest steeds met de volgboot de meest optimale plaats, manoeuvreert op juiste wijze en op een veilige manier met de volgboot. Neemt adequate maatregelen en/of schakelt hulp in in geval van een noodsituatie/ongeluk.
Werkproces 3.4.2 Informeert en geeft opdrachten aan assisterend sportkader
Resultaat
Het assisterend sportkader is op zijn taak berekend. Het assisterend sportkader voert de gegeven opdrachten uit.
Portfolio3 beoordelingscriteria
Werkproces 3.4.2 Informeert en geeft opdrachten aan assisterend sportkader
Resultaat
Het assisterend sportkader is op zijn taak berekend. Het assisterend sportkader voert de gegeven opdrachten uit.
- 1
Informeert het assisterend sportkader over de inhoud van de les/training.
Bespreekt met de assistent(en) de onderlinge rol- en taakverdeling, neemt deze mee in hoe er op de opleidingslocatie les/training wordt gegeven. Bespreekt de opbouw, welke oefenstof er gegeven wordt en welke aanpassingen in de oefenstof mogelijk zijn om de oefening te vermoeilijken/vergemakkelijken.
- 2
Geeft het assisterend sportkader opdrachten die bij hun taak past.
Geeft aan wat de taak is van het sportkader, hoe hij/zij kan ingrijpen tijdens de oefening, waar op gelet dient te worden tijdens de oefening en hoe eventueel een oefening aan te passen aan het niveau van de groep/ individuele cursisten/sporters.
- 3
Analyseert het handelen van het assisterend sportkader en neemt op basis hiervan adequate maatregelen.
Bekijkt of het sportkader de oefenstof kan overbrengen op de groep en eventueel kan aanpassen aan het niveau. Waar nodig stuurt hij/zij het sportkader bij. Kijkt waar de behoefte aan assistentie het grootst is en probeert daar te helpen. Vult eventuele gaten aan die ontstaan in het handelen van het sportkader.
Werkproces 3.4.3 Evalueert de aansturing
Resultaat
Het assisterend sportkader ontvangt feedback op de uitvoering. Complimenten en verbeterpunten zijn verwoord.
Portfolio1 beoordelingscriteria
Werkproces 3.4.3 Evalueert de aansturing
Resultaat
Het assisterend sportkader ontvangt feedback op de uitvoering. Complimenten en verbeterpunten zijn verwoord.
- 1
Bespreekt met het assisterend sportkader wat er goed ging en wat de verbeterpunten zijn.
Bespreekt na en/of tijdens de les/training de oefeningen met het sportkader. Geeft hierbij aan hoe de oefenstof aan te passen is aan het niveau van de groep en het individu. Het doel is lessen/trainingen aan te bieden waarbij het individu op niveau kan werken. Geeft het sportkader aan wat de aandachtspunten zijn voor een volgende dag of les- of trainingsreeks.
Houding en gedrag
Resultaat
Waarden en normen worden gerespecteerd en er wordt sportief en respectvol gedrag vertoond.
Portfolio5 beoordelingscriteria
Houding en gedrag
Resultaat
Waarden en normen worden gerespecteerd en er wordt sportief en respectvol gedrag vertoond.
- 1
Gaat correct om met alle betrokkenen.
Gebruikt omgangsvormen en gedrag standaarden die passen bij de betrokkenen. Behandelt iedereen gelijk en trekt niemand voor. Zorgt voor eenheid binnen de groep cursisten.
- 2
Maakt afspraken met de cursisten en hun ouders/verzorgers en komt ze na.
Maakt reële afspraken met zowel cursisten als ouders/verzorgers (wanneer van toepassing) over bijvoorbeeld eindtijden en pauzes en komt deze na.
- 3
Houdt zich aan de beroepscode.
Kent de gedragscode voor trainers/coaches en begeleiders van Centrum Veilige Sport Nederland, houdt zich daaraan en creëert voor de cursisten een zo veilig mogelijke omgeving waar iedereen zichzelf mag zijn, op zijn of haar eigen niveau.
- 4
Staat model voor correct gedrag op en rond sport- en/of opleidingslocatie.
Is zich ervan bewust vertegenwoordiger te zijn van opleidingslocatie en de georganiseerde sport en levert de daarbij behorende kwaliteit. Is zich tevens bewust van de voorbeeldfunctie en gedraagt zich daar naar.
- 5
Gaat vertrouwelijk om met persoonlijke informatie.
Is zich bewust van zijn vertrouwenspositie. Verstrekt persoonlijke informatie van cursisten alleen met toestemming aan derden.
Zelfreflectie en -ontwikkeling
Resultaat
De zelfreflectie leidt tot inzicht in de eigen bekwaamheden en ontwikkelpunten bij het geven van lessen.
Portfolio3 beoordelingscriteria
Zelfreflectie en -ontwikkeling
Resultaat
De zelfreflectie leidt tot inzicht in de eigen bekwaamheden en ontwikkelpunten bij het geven van lessen.
- 1
Reflecteert op het eigen handelen.
Is kritisch en reflecterend ten aanzien van eigen handelen en omschrijft de eigen bekwaamheden en ontwikkelpunten. Stelt zo nodig een plan op ter verbetering en is zodoende in staat aan te geven waar progressie kan worden behaald.
- 2
Vraagt feedback.
Vraagt van cursisten, begeleiders, collegae, etc. feedback op het eigen handelen.
- 3
Bepaalt en verwoordt eigen leerbehoefte.
Omschrijft uit eigen reflectie en feedback leerdoelen voor zichzelf en past deze toe in een persoonlijk ontwikkelingsplan. Geeft aan waar het meeste te leren is en hoe hier best invulling aan geven kan worden.
PvB 3.5 - Afnemen van vaardigheidstoetsen
Portfoliobeoordeling
Schriftelijk bewijs, vooraf ingediend en beoordeeld.
Werkproces 3.5.1 Begeleidt en informeert cursisten/ouders bij vaardigheidstoetsen
Resultaat
De ontwikkeling van de cursist is bijgehouden. De begeleiding doet recht aan de sportieve mogelijkheden en ambities van de cursisten.
Portfolio8 beoordelingscriteria
Werkproces 3.5.1 Begeleidt en informeert cursisten/ouders bij vaardigheidstoetsen
Resultaat
De ontwikkeling van de cursist is bijgehouden. De begeleiding doet recht aan de sportieve mogelijkheden en ambities van de cursisten.
- 1
Stemt omgangsvormen en taalgebruik af op de cursisten.
Biedt de cursisten de mogelijkheid om even op adem te komen en/of vragen te stellen alvorens inhoudelijk op de toets in te gaan. Past taalgebruik aan het niveau, leeftijd en belevingswereld van de cursisten aan.
- 2
Motiveert, stimuleert en enthousiasmeert cursisten.
Stelt zich stimulerend, positief en open op tegenover de groep. Houdt goed contact met alle cursisten, zowel individueel als groepsgewijs om zo de toetsing aantrekkelijk te houden of maken voor iedereen.
- 3
Monitort de ontwikkeling van de cursisten.
Houdt tijdens het opleidingstraject de vorderingen van de cursist goed bij en analyseert of er sprake is van een logische ontwikkeling van de kennis en vaardigheden.
- 4
Legt vooraf de eisen en het verloop van de toets uit.
Houdt een voorbespreking waarin het aan de cursisten duidelijk wordt wat er van ze verwacht wordt, op welke manier het georganiseerd wordt en aan welke criteria ze moeten voldoen. In het geval er geen afgebakend examenmoment plaatsvindt (en de vorderingen op basis van de oefenperiode afgetekend worden), maakt de instructeur gedurende de oefenperiode helder aan de cursist waar hij/zij aan moet voldoen voor het betreffende diploma.
- 5
Beoordeelt of een cursist toe is aan een toetsing.
Bekijkt of de cursist op het niveau zit om alle punten van het diploma zelfstandig uit te voeren.
- 6
Spreekt cursisten aan op (sport)gedrag.
Hanteert de afgesproken regels tijdens de toets en houd zich aan de afgesproken gevolgen. Grijpt in als een cursist zich niet aan de afspraken houdt, het verloop van de toets frustreert of zich anderszins ongewenst gedraagt en hanteert daarbij de gangbare normen en waarden. Zorgt voor een goede sfeer binnen de groep cursisten.
- 7
Besteedt aandacht aan het voorkomen van overbelasting bij cursisten.
Maakt de cursist bewust van de risico’s die kunnen ontstaan tijdens de sportbeoefening. Wijst de cursisten op een correcte instelling/trim en zorgt voor een correcte technische uitvoering in relatie tot de belastbaarheid van het bewegingsapparaat om blessures te voorkomen.
- 8
Bewaakt (en ziet toe op) veiligheid en handelt in geval van een noodsituatie.
Houdt de veiligheid van alle betrokkenen bij de toets in de gaten en grijpt voortijdig in. Indien van toepassing: kiest steeds met de volgboot de meest optimale plaats, manoeuvreert op juiste wijze en op een veilige manier met de volgboot. Neemt adequate maatregelen en/of schakelt hulp in in geval van een noodsituatie/ongeluk.
Werkproces 3.5.2 Bereidt vaardigheidstoetsen voor en neemt ze af
Resultaat
De situatie is gereed voor de vaardigheidstoets. De cursist is op hoogte van de eigen voortgang. De beoordeling is objectief en de toets verloopt veilig.
Portfolio3 beoordelingscriteria
Werkproces 3.5.2 Bereidt vaardigheidstoetsen voor en neemt ze af
Resultaat
De situatie is gereed voor de vaardigheidstoets. De cursist is op hoogte van de eigen voortgang. De beoordeling is objectief en de toets verloopt veilig.
- 1
Richt de situatie zodanig in dat toetsing mogelijk is.
Zorgt ervoor dat de situatie zo is dat de cursist op het gevraagde niveau de vaardigheden kan laten zien. Draagt zorg voor de (rand)voorwaarden die noodzakelijk zijn om de cursisten correct te kunnen beoordelen. De opdrachten moeten ondubbelzinnig en maar voor één interpretatie vatbaar zijn, zodanig dat het beoogde doel van de opdracht duidelijk, uitvoerbaar en haalbaar is.
- 2
Observeert en beoordeelt de cursist aan de hand van de criteria van de toets.
De cursist wordt uitsluitend beoordeeld op de vastgestelde diploma-eisen en voorafgaand aan de toets besproken. De cursist krijgt voldoende mogelijkheden om de vaardigheden te laten zien.
- 3
Neemt gewogen besluit over de uitslag van de toets aan de hand van de beoordeelde criteria.
Komt onbevooroordeeld en op basis van alle waargenomen vaardigheden en toetsing daarvan aan de diplomaeisen. Kan daarmee een eindoordeel geven welke de cursist al dan niet recht geeft op een diploma.
Werkproces 3.5.3 Evalueert de afname van de vaardigheidstoetsen en reflecteert op eigen handelen
Resultaat
De evaluatie levert input op voor het vervolg.
Portfolio2 beoordelingscriteria
Werkproces 3.5.3 Evalueert de afname van de vaardigheidstoetsen en reflecteert op eigen handelen
Resultaat
De evaluatie levert input op voor het vervolg.
- 1
Bespreekt de uitslag van de toets met de cursist.
De cursist krijgt na afloop (na het afgebakende examenmoment of de oefenperiode) zonder omzwervingen het eindoordeel en krijgt uitgelegd waarop dit eindoordeel is gebaseerd. De cursist krijgt tevens een toepasselijk advies voor het vervolgtraject.
- 2
Analyseert de resultaten van de toets en neemt op basis hiervan adequate maatregelen.
Na afloop wordt de toets procesmatig en inhoudelijk geëvalueerd wat resulteert in aandachtspunten voor een eventueel volgend toetsmoment.
Houding en gedrag
Resultaat
Waarden en normen worden gerespecteerd en er wordt sportief en respectvol gedrag vertoond.
Portfolio5 beoordelingscriteria
Houding en gedrag
Resultaat
Waarden en normen worden gerespecteerd en er wordt sportief en respectvol gedrag vertoond.
- 1
Gaat correct om met alle betrokkenen.
Gebruikt omgangsvormen en gedrag standaarden die passen bij de betrokkenen. Behandelt iedereen gelijk en trekt niemand voor. Zorgt voor eenheid binnen de groep cursisten.
- 2
Maakt afspraken met de cursisten en hun ouders/verzorgers en komt ze na.
Maakt reële afspraken met zowel cursisten als ouders/verzorgers (wanneer van toepassing) over bijvoorbeeld eindtijden en pauzes en komt deze na.
- 3
Houdt zich aan de beroepscode.
Kent de gedragscode voor trainers/coaches en begeleiders van Centrum Veilige Sport Nederland, houdt zich daaraan en creëert voor de cursisten een zo veilig mogelijke omgeving waar iedereen zichzelf mag zijn, op zijn of haar eigen niveau.
- 4
Staat model voor correct gedrag op en rond sport- en/of opleidingslocatie.
Is zich ervan bewust vertegenwoordiger te zijn van opleidingslocatie en de georganiseerde sport en levert de daarbij behorende kwaliteit. Is zich tevens bewust van de voorbeeldfunctie en gedraagt zich daar naar.
- 5
Gaat vertrouwelijk om met persoonlijke informatie.
Is zich bewust van zijn vertrouwenspositie. Verstrekt persoonlijke informatie van cursisten alleen met toestemming aan derden.
Zelfreflectie en -ontwikkeling
Resultaat
De zelfreflectie leidt tot inzicht in de eigen bekwaamheden en ontwikkelpunten bij het geven van lessen.
Portfolio3 beoordelingscriteria
Zelfreflectie en -ontwikkeling
Resultaat
De zelfreflectie leidt tot inzicht in de eigen bekwaamheden en ontwikkelpunten bij het geven van lessen.
- 1
Reflecteert op het eigen handelen.
Is kritisch en reflecterend ten aanzien van eigen handelen en omschrijft de eigen bekwaamheden en ontwikkelpunten. Stelt zo nodig een plan op ter verbetering en is zodoende in staat aan te geven waar progressie kan worden behaald.
- 2
Vraagt feedback.
Vraagt van cursisten, begeleiders, collegae, etc. feedback op het eigen handelen.
- 3
Bepaalt en verwoordt eigen leerbehoefte.
Omschrijft uit eigen reflectie en feedback leerdoelen voor zichzelf en past deze toe in een persoonlijk ontwikkelingsplan. Geeft aan waar het meeste te leren is en hoe hier best invulling aan geven kan worden.