Naar de inhoud gaan

Veiligheid, kwaliteit & plezier op het water.

PvB-beoordelaar 4 (B4)

Afnemen van PvB's voor niveau 1 t/m 3

B4

PvB-beoordelaar 4

Afnemen van PvB's voor niveau 1 t/m 3

Een PvB-beoordelaar 4 is binnen de eigen opleidingslocatie verantwoordelijk voor het afnemen van PvB's voor Instructeurs 1, 2 en 3. Door het 'vier-ogen-principe' werkt de beoordelaar samen met de Leercoach: beiden moeten goedkeuring geven voor het afronden van een kandidaat.

Instapeisen

  • Minimumleeftijd van 18 jaar
  • In het bezit zijn van Leercoach 4 in de desbetreffende discipline

Eigenvaardigheid

Geen aanvullende eis op het gebied van eigenvaardigheid.

Proeven van Bekwaamheid (PvB)

  • 4.7

    Afnemen van PvB's

    Portfoliobeoordeling

Bevoegdheden

  • Afnemen van PvB's voor Instructeurs 1, 2 en 3 binnen de eigen opleidingslocatie
  • Valideren/aftekenen van beoordelingsformulieren voor Wal/Waterhulp 1
  • Samenwerken met Leercoach volgens het vier-ogen-principe

Competentieprofiel

De kerntaken, werkprocessen en beoordelingscriteria hieronder komen direct uit het officiële KSS-kwalificatieprofiel. Klik een werkproces aan om de beoordelingscriteria te bekijken.

Kwalificatieprofiel Beoordelaar 4

1 kerntaak · 5 werkprocessen · 39 beoordelingscriteria

PvB 4.7 - Afnemen Proeven van Bekwaamheid

5 werkprocessen · 39 criteria

Portfoliobeoordeling

Schriftelijk bewijs, vooraf ingediend en beoordeeld.

5 werkprocessen · 39 criteria

Werkproces 4.7.1 Beoordeelt portfolio’s

Resultaat
De beoordeling van de portfolio’s is gebaseerd op de bewijzen in relatie tot de beoordelingscriteria.

Portfolio8 beoordelingscriteria
  1. 1

    Controleert of aan de instapeisen en afnamecondities is voldaan.

    Heeft kennis van de instapeisen en afnamecondities zoals vermeld in bijbehorend toetsplan. Controleert deze en grijpt in indien nodig.

  2. 2

    Controleert of alle beoordelingscriteria worden afgedekt door bewijzen.

    Heeft kennis van de beoordelingscriteria en controleert of voor ieder criterium passende bewijslast wordt aangevoerd.

  3. 3

    Controleert de authenticiteit van de bewijzen.

    Kijkt kritisch naar de aangeleverde bewijsstukken en wint binnen het redelijke informatie in of doet navraag bij twijfel.

  4. 4

    Beslist over doorgang van de PVB-afname.

    Controleert de afnamecondities zoals vastgelegd in het Toetsplan, stelt vast of er aan is voldaan en besluit of de PVB al dan niet kan doorgaan.

  5. 5

    Bepaalt wie verwijtbaar is in geval van geen doorgang.

    Stelt vast op welke gronden de PVB niet kan doorgaan, wie of wat daar de oorzaak van is en koppelt dit terug aan de Toetsingscommissie.

  6. 6

    Waardeert de bewijzen in relatie tot de beoordelingscriteria.

    Bekijkt en interpreteert de aangevoerde bewijslast aan de hand van de in de protocollen genoemde en beschreven beoordelingscriteria.

  7. 7

    Toetst de beoordelingscriteria door middel van een reflectie-interview.

    Zorgt voor afdoende kans voor de instructeur om keuzes toe te lichten in een reflectiegesprek.

  8. 8

    Stelt het voorlopige resultaat van de portfoliobeoordeling vast.

    Beoordeelt aan de hand van het portfolio en reflectie-interview of de PVB voldoende of onvoldoende is.

Werkproces 4.7.2 Beoordeelt praktijk aan de hand van de beoordelingscriteria

Resultaat
De beoordeling van de praktijk is gebaseerd op de beoordelingscriteria. De PVB-afname is positief en veilig verlopen voor alle betrokkenen.

Portfolio14 beoordelingscriteria
  1. 1

    Controleert of aan de instapeisen deelname- en afnamecondities is voldaan.

    Heeft kennis van de instapeisen en afnamecondities zoals vermeld in bijbehorend toetsplan. Controleert deze en grijpt eventueel in.

  2. 2

    Beslist over doorgang van de PVB-afname.

    Controleert de afnamecondities zoals vastgelegd in het Toetsplan, stelt vast of er aan is voldaan en besluit of de PVB al dan niet kan doorgaan.

  3. 3

    Bepaalt wie verwijtbaar is in geval van geen doorgang.

    Stelt vast op welke gronden de PVB niet kan doorgaan, wie of wat daar de oorzaak van is en koppelt dit terug aan de Toetsingscommissie.

  4. 4

    Schept een sfeer waarin de kandidaat zich op zijn gemak voelt.

    Neemt de tijd om kennis te maken en te informeren. Probeert de kandidaat op z'n gemak te stellen.

  5. 5

    Benadert de kandidaat positief en onbevooroordeeld.

    Benadert de kandidaat met een open en zo objectief mogelijke blik. Laat mogelijke persoonlijke ervaringen/meningen t.a.v. de kandidaat of locatie niet meespelen.

  6. 6

    Legt aan de kandidaat (de onderdelen van) de praktijkafname uit.

    Legt eisen, doel en verloop van de PVB uit.

  7. 7

    De wijze van omgang en communicatie is aangepast op de betreffende cursist(en).

    Informeert de kandidaat over de formele gang van zaken. Zorgt dat duidelijk is welke stappen moeten worden doorlopen, wat de volgorde van handelen is, en welke materialen daar eventueel voor nodig zijn.

  8. 8

    Toetst in een startgesprek planningsinterview de voorbereiding van de kandidaat.

    Toets middels een planningsinterview hoe de kandidaat zich heeft voorbereid op de praktijkafname, welke doelen hij wenst te bereiken en hoe hij dat denkt te gaan doen.

  9. 9

    Kiest een geschikte waarnemingspositie voor de praktijkbeoordeling.

    Overlegt, voorafgaand aan de praktijkafname, over een geschikte positie vanaf waar de training of het begeleidingsmoment waargenomen kan worden.

  10. 10

    Observeert, registreert en interpreteert het handelen van de kandidaat aan de hand van de beoordelingscriteria.

    Analyseert op basis van concrete waarnemingen of aan alle criteria behorende bij de Proeven van Bekwaamheid is voldaan.

  11. 11

    Grijpt in als de veiligheid in het geding is (indien toegestaan).

    Grijpt in in het geval dat de kandidaat niet handelt bij een onveilige situatie

  12. 12

    Toetst de beoordelingscriteria door middel van een reflectie-interview.

    Voert naar aanleiding van het waargenomen praktijkmoment een reflectie-interview, waarin de beoordelingscriteria getoetst worden waarover nog vragen bestaan. Geeft de kandidaat voldoende ruimte om de gemaakte keuzes toe te lichten.

  13. 13

    Past de STAR-methodiek toe (indien nodig).

    Vraag, bij twijfel of de kandidaat aan de beoordelingscriteria voldoet, op gestructureerde wijze door naar concrete gedragingen die de twijfel kan wegnemen.

  14. 14

    Stelt het voorlopige resultaat van de praktijkbeoordeling vast.

    Beoordeelt aan de hand van de praktijk en het reflectie-interview of de Proeven van de Bekwaamheid voldoende of onvoldoende is.

Werkproces 4.7.3 Protocolleert en communiceert beoordelingen

Resultaat
Het beoordelingsprotocol is volledig en correct ingevuld en afgehandeld. De voorlopige uitslag en motivatie is gedeeld met de cursist.

Portfolio7 beoordelingscriteria
  1. 1

    Vult de beoordelingsprotocol(len) volledig en correct in

    Vult de beoordelingsformulieren (protocollen) die bij de afgenomen PVB horen volledig en op de juiste manier in. Zorgt dat de gevraagde informatie overal compleet en naar waarheid ingevuld wordt.

  2. 2

    Overlegt met collega PVB-beoordelaar (indien van toepassing)

    Overlegt de beoordeling met een collega PVB-beoordelaar in het geval dat die er is.

  3. 3

    Heeft kennis van gesprekstechnieken en past deze juist toe

    Is in staat die gesprekstechnieken toe te passen die optimaal aansluiten bij de doelstelling van het gesprek. Te onderscheiden gesprekken zijn het planningsinterview (doel: informeren en afstemmen), het reflectie-interview (doel: reflecteren) en het beoordelingsgesprek (doel: beoordeling mededelen en onderbouwen).

  4. 4

    Motiveert de uitslag van de PVB aan kandidaat aan de hand van de beoordelingscriteria

    Formuleert op basis van de waarnemingen en de analyse welke kennis of vaardigheden (nog niet) aan de norm voldoen. Gebruikt de beoordelingsformulieren om te laten zien welke criteria wel/niet beheerst worden.

  5. 5

    Geeft de kandidaat (schriftelijk) feedback (indien van toepassing)

    Geeft hierbij aan welke oefening of training hiervoor nog verricht moet worden. Formuleert dit in de vorm van concrete handvatten.

  6. 6

    Handelt PVB-formaliteiten af en geeft uitslag door

    Gebruikt de toetsdocumentatie om de voorlopige uitslag van de PVB vast te leggen, en draagt zorg dat de voorlopige uitslag van de PVB wordt doorgegeven aan de toetsingscommissie.

  7. 7

    Onderhoudt contact met de toetsingscommissie van de sportbond.

    Neemt bij onvoorziene omstandigheden en/of niet in het Toetsplan opgenomen zaken die van invloed zijn (geweest) op de PVB contact op met de toetsingscommissie alvorens de voorlopige uitslag vast te stellen. Geeft gevraagd en ongevraagd feedback aan de toetsingscommissie te verbetering van de PVB's.

Houding en gedrag

Resultaat
Waarden en normen worden gerespecteerd en er wordt sportief en respectvol gedrag vertoond.

Portfolio5 beoordelingscriteria
  1. 1

    Gaat correct om met alle betrokken.

    Gebruikt omgangsvormen en gedragsstandaarden die passen bij de betrokkenen. Behandelt iedereen gelijk en trekt niemand voor. Zorgt voor eenheid binnen de groep.

  2. 2

    Komt afspraken na.

    Maakt reële afspraken en komt deze na.

  3. 3

    Houdt zich aan de beroepscode voor functionarissen in de sport.

    Kent de gedragscode voor trainers/coaches en begeleiders van Centrum Veilige Sport Nederland, houdt zich daaraan en creëert voor de cursisten een zo veilig mogelijke omgeving waar iedereen zichzelf mag zijn, op zijn of haar eigen niveau.

  4. 4

    Staat model voor correct gedrag op en rond sport- en/of opleidingslocatie.

    Is zich ervan bewust vertegenwoordiger te zijn van opleidingslocatie en de georganiseerde sport en levert de daarbij behorende kwaliteit. Is zich tevens bewust van de voorbeeldfunctie en gedraagt zich daar naar. Draagt de sport op positieve wijze uit.

  5. 5

    Gaat vertrouwelijk om met persoonlijke informatie.

    Is zich bewust van zijn vertrouwenspositie. Verstrekt persoonlijke informatie van sportkader niet zonder overleg aan derden.

Zelfreflectie en -ontwikkeling

Resultaat
De zelfreflectie leidt tot inzicht in de eigen bekwaamheden en ontwikkelpunten bij het bevorderen van competentieontwikkeling sportkader.

Portfolio5 beoordelingscriteria
  1. 1

    Reflecteert op het eigen handelen.

    Is kritisch en reflecterend ten aanzien van eigen handelen en omschrijft de eigen bekwaamheden en ontwikkelpunten. Stelt zo nodig een plan op ter verbetering en is zodoende in staat aan te geven waar progressie kan worden behaald.

  2. 2

    Vraagt feedback.

    Vraagt van cursisten, begeleiders, collegae, etc. feedback op het eigen handelen.

  3. 3

    Bepaalt en verwoordt eigen leerbehoeften.

    Omschrijft uit eigen reflectie en feedback leerdoelen voor zichzelf en past deze toe in een persoonlijk ontwikkelingsplan. Geeft aan waar het meeste te leren is en hoe hier best invulling aan geven kan worden.

  4. 4

    Zoekt leersituaties op en legt leermomenten vast.

    Is actief in het zoeken naar nieuwe leerdoelen die kunnen bijdragen bij het beter functioneren binnen de opleidingslocatie. Beschrijft de leerdoelen, de leermomenten en reflecteert hierop.

  5. 5

    Verwerft kennis en raadpleegt kennisbronnen/ deskundigen.

    Neemt een actieve houding aan bij het verhogen van het eigen kennisniveau. Kiest hiervoor zelf leerdoelen die het functioneren binnen de opleidingslocatie kan ondersteunen. Raadpleegt waar nodig op basis van een eigen leervraag deskundigen die kunnen bijdragen bij het verbeteren van het eigen functioneren.