Naar de inhoud gaan

Veiligheid, kwaliteit & plezier op het water.

Wal/Waterhulp 1 (I1)

Assisterende rol

I1

Wal/Waterhulp 1

Assisterende rol

Instructeur 1 noemen we Wal/Waterhulp omdat deze geen sporttechnische instructie geeft. Deze verricht hand- en spandiensten bij de begeleiding van de sporters en de verzorging van de sportomgeving en -materialen. De Wal/Waterhulp 1 geeft zelf geen sporttechnische informatie of inhoudelijke begeleiding aan de sporters, maar levert wel de randvoorwaarden hiervoor ter ondersteuning van de verantwoordelijke Instructeur 3.

Instapeisen

  • Minimumleeftijd van 12 jaar
  • Zwemdiploma C

Eigenvaardigheid

Geen aanvullende eis op het gebied van eigenvaardigheid.

Proeven van Bekwaamheid (PvB)

  • 1.1

    Assisteren bij lessen/activiteiten

    Praktijkbeoordeling

Bevoegdheden

  • Geen eindverantwoordelijkheid
  • Werkt onder directe aansturing en verantwoordelijkheid van minimaal I3
  • Geeft zelf geen sporttechnische informatie of inhoudelijke begeleiding
  • Levert randvoorwaarden ter ondersteuning van de verantwoordelijke instructeur

Competentieprofiel

De kerntaken, werkprocessen en beoordelingscriteria hieronder komen direct uit het officiële KSS-kwalificatieprofiel. Klik een werkproces aan om de beoordelingscriteria te bekijken.

Kwalificatieprofiel Wal/waterhulp 1

1 kerntaak · 6 werkprocessen · 14 beoordelingscriteria

PvB 1.1 - Assisteren bij lessen en activiteiten

6 werkprocessen · 14 criteria

Praktijkbeoordeling

Live observatie tijdens een les of activiteit.

6 werkprocessen · 14 criteria

Werkproces 1.1.1 Begeleidt cursisten bij lessen/activiteiten

Resultaat
De begeleiding draagt bij aan het sportplezier en is afgestemd op de cursisten.

Praktijk2 beoordelingscriteria
  1. 1

    Stimuleert positief (sport)gedrag.

    Stelt zich stimulerend, positief en open op tegenover de cursisten en wijst ze erop indien ze zich niet aan de (spel)regels of afspraken houden.

  2. 2

    Benadert cursisten als groep en als individu.

    Houdt goed contact met alle cursisten, zowel individueel als met de groep en gaat correct met ze om.

Werkproces 1.1.2 Ziet toe op veiligheid bij lessen/activiteiten

Resultaat
De veiligheid is samen met de verantwoordelijke instructeur geborgd.

Praktijk1 beoordelingscriteria
  1. 1

    Signaleert onveilige situaties en meldt die aan de verantwoordelijke instructeur.

    Houdt de veiligheid van de les/activiteit in de gaten, ziet toe op correct gebruik van veiligheidsmiddelen, dat er voldoende gegeten en gedronken wordt en attendeert zo nodig de verantwoordelijke instructeur.

Werkproces 1.1.3 Draagt zorg voor materialen

Resultaat
De benodigde sportmaterialen zijn geplaatst en correct gebruikt.

Praktijk3 beoordelingscriteria
  1. 1

    Inventariseert de benodigde materialen.

    Overleg met de verantwoordelijke instructeur welke materialen en hulpmiddelen nodig zijn voor de les/activiteit en helpt mee deze gereed te maken.

  2. 2

    Gaat correct om met de materialen.

    Is op de hoogte van het doel en functie van de gebruikte hulpmiddelen en materialen en gebruikt deze op (technisch) correcte wijze.

  3. 3

    Plaatst de materialen volgens opdracht.

    Zet de materialen en hulpmiddelen in zoals vooraf afgesproken met de verantwoordelijke instructeur en wijkt daar alleen in overleg vanaf.

Werkproces 1.1.4 Volgt aanwijzingen op

Resultaat
De aanwijzingen zijn doelgericht opgevolgd.

Praktijk2 beoordelingscriteria
  1. 1

    Volgt de aanwijzingen van de verantwoordelijke instructeur op.

    Overleg bij twijfel of waar nodig met de verantwoordelijke instructeur en volgt diens aanwijzingen op.

  2. 2

    Draagt bij aan het bereiken van het doel van de les/activiteit.

    Is op de hoogte van het doel van de les/activiteit en helpt de verantwoordelijke instructeur mee om de beschikbare materialen en hulpmiddelen hiervoor optimaal in te zetten.

Houding en gedrag

Resultaat
Waarden en normen worden gerespecteerd en er wordt sportief en respectvol gedrag vertoond.

Praktijk3 beoordelingscriteria
  1. 1

    Houdt zich aan de beroepscode.

    Kent de gedragscode voor trainers/coaches en begeleiders van Centrum Veilige Sport Nederland, houdt zich daaraan en creëert voor de cursisten een zo veilig mogelijke omgeving waar iedereen zichzelf mag zijn, op zijn of haar eigen niveau.

  2. 2

    Vertoont voorbeeldgedrag op en rond de sportlocatie.

    Is zich ervan bewust werkzaam te zijn voor de opleidingslocatie, is zich bewust van de voorbeeldfunctie en gedraagt zich daar naar.

  3. 3

    Gaat vertrouwelijk om met persoonlijke informatie.

    Is zich bewust van zijn vertrouwenspositie. Persoonlijke informatie van cursisten wordt alleen met de verantwoordelijke instructeur gedeeld.

Zelfreflectie en -ontwikkeling

Resultaat
De zelfreflectie op het assisteren bij lessen/activiteiten is gedeeld met de verantwoordelijke instructeur.

Praktijk3 beoordelingscriteria
  1. 1

    Verwoord eigen leerbehoeften.

    Geeft aan bij de verantwoordelijke instructeur op welke gebieden informatie en ondersteuning nodig is om optimaal te kunnen assisteren.

  2. 2

    Vraagt feedback.

    Vraagt aan de verantwoordelijke instructeur en de cursisten (groep) feedback op het eigen handelen.

  3. 3

    Reflecteert op het eigen handelen.

    Bespreekt na afloop van de les/activiteit met de verantwoordelijke instructeur wat de eigen bekwaamheden en ontwikkelpunten zijn en overlegt hoe deze aan te pakken.